Groentesprokkel 40

Beste abonnee, klant, sympathisant,

Deze keer vertel ik weer een verhaaltje, dat was al lang geleden… Dit verhaaltje is echter waargebeurd én recent: er was eens een oprukkende tomatenplaag: de tomatengalmijt. Vele tomatenboeren zaten jarenlang met de handen in het haar. Elke tomaat die door dit beestje bezocht werd, verschrompelde aan de plant tot een rozijntje, de grootte van een druif.
Chemische bestrijdingsmiddelen en spuitzwavel werden bij vele boeren ingezet.
Proefcentra, gespecialiseerd in groenteteelt, stuurden hun wetenschappers uit; we spreken over het jaar 2016.
Het wetenschappelijk onderzoek naar de bestrijding van de tomatengalmijt kreeg alle aandacht. Na enig onderzoek werd een natuurlijke vijand (wij spreken liever over natuurlijke vrienden, met dank aan Lukas) gevonden: de Homeopronematus.
De Homeopronematus is een minuscule roofmijt die tomatengalmijten eet als ontbijt. Waarschijnlijk tussen twee sneetjes lekker desembrood…
Jarenlang zochten de wetenschappers naar een exemplaar van deze roofmijt; ze vonden gelijkaardige mijten op bramen maar die rakkers hielden het niet uit op de geurige tomatenplanten.
Net toen de wanhoop dreigde toe te slaan, vond een zekere Justine zo’n familie roofmijtjes op het blad van een van onze Zonnekouter tomatenplanten. Heel toevallig.
Een andere onderzoekster kwam verdere stalen nemen van onze tomaten en vroeg zich af hoe die mijten zomaar vanzelf op onze boerderij voorkomen terwijl ze elders onvindbaar zijn.
Mijn antwoord was even simpel als duidelijk: omdat wij niet bestrijden. Niet chemisch, niet plantaardig: niet. Met niks, ook niet met spul dat toegelaten is in de biologische landbouw.
Het is een kwestie van visie en van geloof in de kracht van het natuurlijke systeem op de boerderij. Als je een plaag bestrijdt, weet je niet wat er zou gebeurd zijn mocht je dat niet gedaan hebben. We hebben niks bestreden dus, nergens; en dat is al jaren zo.

De onderzoekster stond erbij alsof ze een spook gezien had door haar microscoop.
Het trof me dat zelfs onderzoekers, die alles weten over die ene bepaalde mijt, het zo moeilijk hebben met de eenvoud van de natuurwetten.
De natuur streeft altijd naar een evenwicht. Kom je daar als mens in tussen, dan pas wordt het ingewikkeld en onvoorspelbaar.
Soms mogen we een beetje nederig zijn en onze plaats in het geheel niet overschatten.
Soms mogen we ook een beetje trots zijn op de aanwezigheid van die kleine mijt.
Hoe dan ook: dankzij onze natuurlijke populatie aan Homeopronemati, kunnen alle boeren binnenkort een natuurlijke bestrijder aankopen bij een of andere grote firma die met onze mijtjes vele centjes zal verdienen 😉

Hartelijke groeten vanuit de serre,
Jan

Samenstelling pakket

Klein: sla, prinsessen, postelein, wortelen, trostomaat, venkel van de Vroente-Zonnekouter, rode biet van de Vroente-Kollebloem; champignons (B) via Biofresh
Groot: sla, postelein, rucola, roodlof, wortelen, tomaten St-Pierre, puntpaprika van de Vroente-Zonnekouter; rode biet van de Vroente-Kollebloem ; champignons (B), bloemkool (B) via Biofresh
Gemengd: sla, prinsessen, postelein, wortelen, courgette van de Vroente-Zonnekouter; rode biet van de Vroente-Kollebloem; appel elstar, peer conference van Van Eykeren; meloen Galia (F) via Biofresh
Fruit: appel elstar, peer conference van Van Eykeren; pruimen geel (Es), druiven Lavallée (F) via Biofresh

Recepten

Rode bietensoep of borsjt 1: een echte winterse soep

Nodig : 1 grote ui, 2 à 3 bieten, bouillon, sap van 1 citroen, venkelzaad, peper. Verder kunnen ook nog venkel, prei, selder, wortelen, knolselder…
Stoof de ui glazig. Schil ondertussen de bietjes, snij ze in blokjes en voeg ze (samen met de andere groenten) bij de ui. Laat enkele minuutjes meestoven en voeg dan water toe en bouillon. Laat koken en voeg het venkelzaad erbij.
Mix de soep wanneer de bieten gaar zijn, en breng op smaak met citroensap en peper. Voeg zo nodig water toe. In je bord kun je ook een beetje yoghurt, villi in de soep mengen, dit geeft een heerlijke frisse smaak aan de soep; sojaroom maakt de smaak wat zachter.