Groentesprokkel 02

Beste abonnee, klant, sympathisant,

Vorige dinsdag schaarden we ons voor de vierde keer op rij met een aantal BD-boeren rond ‘dé Landbouwcursus ’ (‘Vruchtbare landbouw op biologisch-dynamische grondslag’) van Rudolf Steiner. Niet altijd zo verteerbare kost, zijn geesteswetenschappelijk verhaal reikt veel verder dan onze verengde wetenschappelijke geesten op de schoolbanken hebben leren denken. Maar daardoor juist ook een verademing, bij wijlen ook erg helder, soms poëtisch, soms cryptisch, helemaal buiten de hokjes, en zijn tijd ver vooruit. Het loont dan ook om onze jarenlange boerenervaringen, inzichten en bedenkingen samen te leggen om zo geleidelijk aan die moeilijke materie te leren doorgronden, die vaak ook meer vragen oproept dan antwoorden geeft, maar altijd uitdaagt en inspireert. Deze keer ging het over koeien, bemesting, en de zin van horens; een onderwerp waar Koen helemaal lyrisch van werd.

Hoe koeien op de wei hun gevoelige neus achterna struinen van het ene naar het andere kruidige en grasrijke plekje, tot in de verste uithoeken van het hele bedrijf, intuïtief op zoek naar wat ze nodig hebben. Om daarna met volle pens aandachtig alles te liggen herkauwen, de kruidige geuren nog sterker laten vrijkomen, laten opstijgen in de goed doorbloede wakkere kern van hun horens, waarop de juiste enzymen en ander stoffen worden vrijgemaakt die voor een ideale vertering zorgen van het voer. Die komen dan via het bloed in de melk terecht waardoor die beter verteerbaar wordt voor ons mensen. En een deel ervan wordt uitgescheiden in de mest: via die enzymen- en bacterierijke levende mest schenkt de koe uiteindelijk aan de bodem wat die nodig heeft; zo levert dit gehoornde dier de bij uitstek geschikte mest voor de bodem waarop die planten groeien die haar tot voeder dienden. Wonderlijk toch, dat vernuftig samenspel? En hoe moet dat dan met melk en mest van ongehoornde koeien?

Verder laat ik Steiner zelf even aan het woord:

‘Het eigenaardige is – en het zou me plezier doen als hiermee eens de proef op de som werd genomen – dat als je op een bepaald landbouwbedrijf de juiste hoeveelheid koeien, paarden en andere dieren hebt, deze dieren allemaal samen precies zoveel mest geven als voor het bedrijf nodig is om aan dat wat chaos is geworden iets van een tegenwicht te bieden. Bovendien heeft die mest dan ook de juiste mengverhouding. Dat komt doordat de dieren de juiste hoeveelheid van wat ze daar aan planten vinden, van wat de aarde aan planten te bieden heeft, eten. Daardoor produceren ze ook in hun organische proces zoveel mest als nodig is om aan de aarde te worden teruggegeven. Eigenlijk geldt hier – helemaal te verwerkelijken is het niet, maar als ideaal is het juist – dat zodra een bedrijf het nodig heeft de een of andere mestsoort van buiten te betrekken, deze alleen moet worden gehanteerd als geneesmiddel voor een ziek geworden bedrijf. Gezond is een bedrijf alleen in zoverre als het zichzelf door zijn eigen veestapel van mest kan voorzien. Dat vereist natuurlijk dat er een echte wetenschap komt die een antwoord kan geven op de vraag hoeveel dieren van een bepaalde soort er op een bepaald landbouwbedrijf nodig zijn.’

‘We moeten als boer ook leren een persoonlijke verhouding te krijgen tot alles wat bij landbouw komt kijken, in de eerste plaats een persoonlijke verhouding tot mest en vooral ook tot het werken met mest. We moeten weten dat bemesten een levend maken van de aarde moet betekenen, zodat de plant niet in dode aarde komt te staan en moeite heeft om vanuit haar eigen leven alles op te brengen wat nodig is om vrucht te dragen. Ze brengt gemakkelijker op wat voor de vruchtvorming nodig is wanneer ze al direct in het leven wordt ingebed.’

We zijn nu 100 jaar later, onze landbouw is zieker dan ooit. Mest is een afvalproduct geworden, de bodem een substraat, bemesting een grote rekensom; het enige wat nog telt is in en uit, min en plus. Het levende organisme dat de bodem in essentie is, is uit het plaatje verdwenen. De koe is weg van het land.
Het is dan ook een hele uitdaging, moeilijk maar heel boeiend, om op onze eigen Zonnekouter op zoek te gaan naar de juiste inzichten, dag in dag uit bij te leren, ons uiteen te zetten met onze bodem, onze gewassen, onze koeien en hun mest, om te blijven leren, alles beter op elkaar af te stemmen en te werken aan de gezondmaking van ons landbouwsysteem. Zodat het inspirerend mag werken naar het hele grote geheel. Misschien, ooit, wie weet, laat ons blijven hopen!
An

Samenstelling pakket

Klein: veldsla, savooi, ingemaakte tomaten van de Vroente-Zonnekouter, knolselder, rode aardpeer, courgettecurry van de Vroente-Kollebloem; wortelen van ’t Livinushof; witlof van Vander Hauwert; champignons via Biofresh
Groot: veldsla, prei, savooi, ingemaakte tomaten van de Vroente-Zonnekouter, knolselder, rode aardpeer, courgettecurry van de Vroente-Kollebloem; wortelen van ’t Livinushof; witlof van Vander Hauwert; stengelui van ’t Groenlof; champignons via Biofresh
Gemengd: veldsla, savooi, ingemaakte tomaten van de Vroente-Zonnekouter, rode aardpeer, courgettecurry van de Vroente-Kollebloem; wortelen van ’t Livinushof; appel topaz van Van Eykeren; champignons (Nl), kiwi (It), peer doyenne (B), wijnsien (It) via Biofresh
Fruit: appel topaz van Van Eykeren; frambozencoulis van O’Bio; kiwi (It), peer doyenne (B), wijnsien (It), vijgen (Tr) via Biofresh